Goede techniek

Goede techniek

Twee posities:

1.        jij
           C A 8 2
leider                   dummy
C H V 10            C 7 6 5 4
           partner
           C B 9 3

Stel dat de leider twee klaverenslagen nodig heeft met één entree naar dummy. In dit geval zou een snitje op de boer uitkomst bieden. Maar dat zou fout zijn in deze positie:

2.         jij
           C B 8 2
leider                   dummy
C H V 10            C 7 6 5 4
            partner
            C A 9 3

Nu moet de leider twee keer naar stuk toe spelen. Met maar één entree naar dummy gaat dat niet lukken. Met stuk en de tien in hand beginnen handige leiders vaak met het voorspelen van de heer of de vrouw. Dat is goede techniek. Soms is dan aan het aarzelen van een van beide tegenstanders te  zien wie het aas heeft. Aarzelt noord, dan zit daar het aas en volgt later de snit op de boer. Voor de juiste conclusie van de leider maakt het niet uit of na de aarzeling de aas de eerste keer wordt genomen of niet.

Met dit in het achterhoofd gaan we over naar de Steppraktijk.

West opent 2SA, dat wordt rondgepast. Noord start HV voor het aas. Shos, een Stepbridger van het eerste uur, ziet dat het spel een beetje moet zitten: de ruitens 3-3 of SV goed met nog iets. Shos legt in slag 2 CH op tafel! Hij hoopt natuurlijk dat aas-vrouw niet op één hand zit.

Noord met aas-leeg-derde kent zijn speelfiguren en speelt zonder een spoor van aarzeling een kleintje bij. Shos gaat door met een kleine ruiten, komt daarna weer in harten aan slag, test de ruitens en verlaat zich uiteindelijk op het goedzitten van SV. Acht slagen: twee harten, drie schoppen, twee ruiten en een klaveren. De mooie speelwijze is goed voor 62,5 procent. Zo lag het spel:


 

Epiloog
Psychologisch natuurlijk goed gespeeld door Shos. Hij schatte noord in als een goede speler, die, net zoals Shos, zijn standaardtegenspelfiguren kent.